Sign In

Remember Me

Geschiedenis

Geschiedenis

Vroeger kende men alleen de directe voortstuwing door de wind, waartoe men een zeil gebruikte in de vorm van een vierkante lap, die met behulp van een dwarshout of ra aan de top van de mast werd opgehangen. Zo’n tuig heet vierkante tuigage en van het schip zegt men dat het dwarsgetuigd is.

Later ontwikkelde men tuig dat de zeilen meer bewegingsvrijheid geeft ten opzichte van de mast (langsscheepse tuigage) en waarmee het schip ook in aan-de-windse koersen kan varen.

Alleen de windrichtingen die in de dode hoek liggen zijn niet te bezeilen.

Vroeger werd er bijna alleen gezeild in het kader van de beroepsvaart. Nu is dat omgekeerd, zeilen is bijna alleen nog pleziervaart. Tegenwoordig gaat het ook allemaal met een motor, want het zeilen is natuurlijk net als alles ook moderner geworden.

De geschiedenis heeft een langzame, maar voortdurende ontwikkeling van zeil en rompvorm te zien gegeven: van plompe schepen, met vierkante zeilen die hangend onder aan een ra gevoerd werden (het dwarsgetuigde schip), tot schepen met een slanke romp en diepstekende kiel waarbij de zeilen aan de voorzijde strak aangespannen worden, met name achter een mast of aan kabels van de mast naar het voorschip: het langsgetuigde schip. In het algemeen kan worden gesteld dat modernere schepen beter tegen de wind in (“hoger aan de wind”) konden zeilen. De rompvorm en het type tuigage werden echter vooral op commerciële gronden bepaald; ook in tijden waarbij een modernere tuigage beschikbaar was, werden daarom nog vierkant getuigde schepen gebouwd. Een koers die in de dode hoek ligt, min of meer tegen de wind in, kan niet bezeild worden.

De Optimist is meer dan 50 jaar geleden in de Verenigde Staten voor het eerst gebouwd als goedkope zeepkist op het water voor een jeugdzeilvereniging die Optimist heette. Nu wordt de Optimist in een modernere stijl gebouwd, en niet meer van hout. In 1968 namen 14 landen deel aan de eerste wereldkampioenschappen in deze zeilklasse.